Verkiezingen in Hongarije: Gaat Orban in de verlenging of is hij uitgespeeld?
door Koos van Houdt
Zoveel is zeker: Hongarije zal niet uit de Europese Unie worden gestoten. Wegsturen kan helemaal niet. Sinds de Britten voor het eerst een beroep deden op artikel 50 van het Europese Verdrag is duidelijk dat een uittreding alleen kan, wanneer de desbetreffende lidstaat erom vraagt. De gevolgen blijken economisch zwaar.
Wint Peter Magyar komende zondag de algemene verkiezingen in zijn land, dan zal uittreding zeker niet worden gevraagd. Maar ook Victor Orban zou met lege handen staan. Het neemt niet weg dat je bijna tevergeefs zoekt naar een heldere verklaring voor de gespannen relaties tussen Hongarije en de Europese Unie.

Foto: © Peter-Vincent Schuld
Bladeren in wat Europese beleidsstukken van een kwart eeuw geleden, gaf het volgende beeld. In 1997 schreef de toenmalige president van de Europese Commissie, de Luxemburger Jacques Santer, zijn belangrijkste beleidsvoorstellen aan de Europese Raad en het Europees Parlement. De beleidsnota verscheen onder de prozaïsche naam ‘Agenda 2000’. Het ging over een nieuwe ronde van hervormingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, de voorstellen voor een nieuwe meerjarenbegroting en vooral over de beoogde uitbreiding van de Europese Unie met tien nieuwe lidstaten. Die uitbreiding kwam er uiteindelijk op 1 mei 2004.
In die jaren werd ook de basis gelegd voor een gemeenschappelijk Europees defensiebeleid. Toen had de Europese Unie militair het lot in eigen handen kunnen nemen. Het Duitse voorzitterschap in het voorjaar van 1999 maakte daar ook werk van. Finland ging de Duitsers voor. Nationale legertjes in afzonderlijke Europese lidstaten waren niet meer nodig. Een Europees defensiebeleid zou zich kunnen richten op vredestaken in Afrika en het Midden-Oosten. Het zou ook een goed moment zijn geweest om een punt te zetten achter het NAVO-bondgenootschap. Maar dat was een brug te ver.
In die jaren op weg naar uitbreiding was Hongarije het beste jongetje van de klas. Tussen 1998 en 2002 zetelde in Boedapest een regering onder leiding van niemand anders dan Victor Orban. Hongarije had relatief snel aan alle voorwaarden voldaan om als kandidaat-lidstaat aan de onderhandelingen voor lidmaatschap van de Unie te kunnen beginnen. In ‘Agenda 2000’ kreeg Hongarije een dikke voldoende voor het realiseren van vastgestelde eisen inzake rechtsstaat en democratie. Vrije verkiezingen, grondrechten, persvrijheid en onafhankelijke rechtspraak leken geregeld.

het Wenceslausplein in Praag, kort na de de val van het communisme
Foto: © Peter-Vincent Schuld
Dat vertrouwen leek terecht. De herinneringen aan de Russische inval in 1956 waren nog springlevend. Hongarije was naast Tsjechië (toen nog in één staatsverband met Slowakije) een onverdachte kandidaat. Voor Nederland, waar veel Hongaren in 1956 een goed heenkomen hadden gevonden, was dat een opluchting. Als er één nieuwe lidstaat was die religieus veel op ons land leek, dan was het Hongarije. Geen praktisch volledig rooms-katholiek landschap, maar net als hier drie keer een derde: katholiek, protestants en onkerkelijk.
Na 2002 heeft een periode in de oppositie kennelijk Victor Orban tot een andere politicus gemaakt. Toen hij in 2010 begon aan een periode van nu zestien jaar als premier, verwierf hij de steun van een electoraat dat het zat was uitgebuit te worden door een zichzelf sociaal-democratisch noemende, maar corrupte coalitie. De oude communistische kliek had zichzelf daarin verstopt. Het opnieuw aantreden van Victor Orban zorgde voor een golf van opluchting.
Volgen we de periode daarna, dan valt vooral op dat Orban zich vol nostalgie ging verschuilen achter die arme geschiedenis na de Eerste Wereldoorlog. Onder de Verdragen van Versailles (1919-1920) bevindt zich ook het Verdrag van Trianon. Als straf voor medeplichtigheid aan de miljoenen doden in de loopgraven, moest Hongarije grote delen van het eigen grondgebied afstaan. Grote groepen etnische Hongaren kwamen terecht in buurlanden als Slowakije, Roemenië en Oekraïne.
Nu doen al die etnische Hongaren in hun nieuwe vaderland gewoon mee aan het dagelijkse leven en aan het bestuur van hun nieuwe vaderland. Maar Orban besloot dat zijn voormalige landgenoten kennelijk moesten lijden onder de nieuwe verhoudingen. Hij rechtvaardigt het huidige verzet tegen Oekraïne met deze zogenaamde onderdrukte landgenoten daar.
Dat is allemaal geen sluitende verklaring. Maar het is wel een mooie en rechtvaardig lijkende constructie. Het verklaart alleen helemaal niet, waarom Victor Orban net zo vaak vriendelijk lachend bij Poetin in het Kremlin verscheen, dan dat hij met een chagrijnig gezicht een Europese Raad in Brussel bijwoont. Daar is alleen als verklaring voor, dat Orban zich moet wapenen tegen steeds openlijker blijkende gevallen, die we plegen te rangschikken onder het gezegde ‘Volg het geld’. De ogenschijnlijk stevig lijkende benen van Orban hebben de weelde van de macht niet kunnen dragen. Op meerdere plekken in de Europese pers valt het woord ‘corruptie’. Het enige wat rest in deze is waarheidsvinding.
Nederlands 























































































































































































































































































































































































































































































































































































































































































































































































































































































































































































