Energiegigant RWE daagt Nederlandse Staat voor arbitragehof Wereldbank en eist miljardencompensatie voor gedwongen sluiting kolencentrale Eemshaven

door Peter-Vincent Schuld
De Duitse energiereus RWE eist via het arbitragehof van de Wereldbank, het zogenaamde International Centre for Settlements of Investment Disputes (ICSID) een compensatie van rond de twee miljard euro van de Nederlandse Staat.

Beeld: Wereldbank
RWE baat in de Eemshaven, bij Delfzijl een een kolencentrale uit die krachtens het Nederlandse klimaatbeleid gesloten zou moeten worden.

Het arbitragehof van van de Wereldbank in Washington is in deze bevoegd en via deze procedure voorkomt RWE dat zij te maken krijgt met de Nederlandse rechtspraak, die zo blijkt al geruime tijd een wat activistische houding aanneemt waar het klimaat en milieu betreffen.

De kolencentrale van RWE voorziet in een belangrijk deel in de energievoorziening van Noord-Nederland. Wie de Eemshaven binnen komt rijden ziet een enorm complex met aan de achterzijde grote heuvels met aangevoerde steenkolen die in de centrale verbrand worden en middels dit proces omgezet worden in elektriciteit. RWE zag zich genoodzaakt tot deze procedure omdat de Nederlandse Staat het energieproductiebedrijf naar de mening van RWE onvoldoende compenseert voor de schade die de onderneming lijdt ten gevolge van de in Nederland ingezette energietransitie.

Inmiddels is de bij het arbitragehof aanhangig gemaakte zaak formeel aangemeld en geregistreerd en vindbaar onder:
RWE stelt zich op het standpunt de energietransitie die Nederland voorstaat echt wel te ondersteunen maar is tegelijkertijd wel van mening dat de wijze waarop de Nederlandse Staat middels de eind 2019 van kracht zijnde wetgeving onrechtmatig ingrijpt in het bezit van de onderneming zonder hiervoor een afdoende en dekkende compensatie te betalen.

In zekere zin kunt u deze zaak vergelijken wanneer een stuk grond van iemand onteigend wordt door de Staat, de Staat dient hiervoor ook een afdoende compensatie te betalen wat lang niet altijd het geval is.
Nederland, lid van de Wereldbank erkent middels het aangegane verdrag de bevoegdheid van het ICSID-arbitragehof en partijen zullen zich moeten schikken naar de uitspraak van het ICSID-arbitrage hof.

De zaak die RWE tegen de Nederlandse Staat heeft aangespannen heeft een aantal interessante kanten waar veel burgers niet mee vertrouwd zijn en waar we op Facts Found al eerder aandacht aan hebben besteed.
Nederland is krachtens een serie van verdragen verplicht zich aan een aantal internationale spelregels te houden. Wanneer de Nederlandse Staat naar de mening van een andere partij dat niet doet kan de Nederlandse Staat worden aangeklaagd bij een internationaal rechtsprekend instituut. Deze zaak toont in feite aan dat absolute soevereiniteit van een land onbestaande is in een internationale rechtsorde.

In Nederland voorziet men een einde van het gebruik van fossiele brandstoffen voor de opwekking van energie tegen 2030, in Duitsland is dat tegen 2038 en naar zeggen van RWE zijn de compensatieregelingen in Duitsland betere en realistischer. De zaak is een erfenis van de onlangs afgetreden minister van Economie en Klimaat, Eric Wiebes, die hiermee Nederland opzadelt met het zoveelste hoofdpijndossier waarbij Nederland de kans loopt om miljarden aan compensatie te moeten gaan betalen omdat de Nederlandse Staat mogelijkerwijs onrechtmatig heeft gehandeld.
Het uiteindelijke verdict van het arbitragehof kan verstrekkende gevolgen hebben voor andere landen en elektriciteitsproducenten en zou het prijskaartje van de energietransitie de lucht in kunnen doen laten schieten waarbij de rekening uiteindelijk op het bordje van de belastingbetaler komt.